Ongelijke behandeling in tijdsevenredige herleiding premie-inkomen


Samenvatting

Belanghebbende woont in België. In 2005 heeft zij gedurende een deel van het jaar inkomsten ten bedrage van € 13.571 genoten uit een dienstbetrekking in Nederland. De inspecteur heeft zowel het belastbaar inkomen uit werk en woning als het premie-inkomen vastgesteld op € 13.571. Belanghebbende wil echter dat het premie-inkomen tijdsevenredig herleid wordt, hetgeen op grond van art. 5 en 6 Uitv.reg. PV 2002 in feite slechts mogelijk is voor inwoners van Nederland. Belanghebbende betoogt dat dit verschil in wijze van vaststelling van het premie-inkomen in situaties waarin slechts een gedeelte van het jaar premieplicht in Nederland bestaat in strijd is met de Verordening 1612/68 en art. 39 EG-Verdrag.

De rechtbank is met belanghebbende van oordeel dat art. 5 Uitv.reg. PV 2002 onverenigbaar is met art. 39 EG-Verdrag. Dat belanghebbende anders dan inwoners van Nederland niet kan kiezen voor de tijdsevenredig herleiding van het premie-inkomen, leidt tot een hoger premie-inkomen zonder dat daarvoor iets wijzigt in het verzekerde pakket. Voor dit onderscheid bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen rechtvaardigingsgrond. Voor het bepalen van het premie-inkomen dient daarom aan het vereiste in art. 5 Uitv.reg. PV 2002 voorbij te worden gegaan. Dan is niet in geschil dat het premie-inkomen € 11.975 bedraagt.

(Beroep gegrond.)

Commentaar

1. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij de belastingplicht voor de inkomstenbelasting en de premieplicht voor de volksverzekeringen in de tijd bezien niet geheel samenvallen. Een voorbeeld van een dergelijke situatie is…

Verder lezen
Terug naar overzicht