Onoverdraagbaarheidsbeding heeft slechts verbintenisrechtelijke werking


De curator in het faillissement van Koninklijke Ouwehand’s Rederij en Visverwerking BV vordert een verklaring voor recht dat een door van Lanschot ingeroepen pandrecht op een tweetal groepen vorderingen (de zogenaamde Superunievorderingen en MatMarvorderingen) niet rechtsgeldig is en Van Lanschot te veroordelen tot betaling aan de boedel van € 521.366, 39 in hoofdsom. Daarbij beroept de curator zich op in de toepasselijke voorwaarden opgenomen onoverdraagbaarheidsbedingen.

De curator heeft aangetoond dat op alle leveringen door Ouwehand aan Superunie en haar leden de Superunievoorwaarden van toepassing waren. …

Verder lezen
Terug naar overzicht