Onroerende zaakbelasting: aanslag vernietigd omdat geen sprake is van eigen gebruik


Hof Den Haag heeft in een uitspraak van 29 juni 2012 beslist dat een aan belanghebbende opgelegde aanslag onroerende zaakbelasting dient te worden vernietigd. In de berechte casus is sprake van een bv die eigenaar is van een werkplaats met bijbehorend magazijn en kantoor- en opslagruimte, die niet in hoofdzaak dient tot woning. De betreffende onroerende zaak stond al geruime tijd leeg en belanghebbende heeft geprobeerd de leegstaande onroerende zaak te verhuren aan een derde. Voor het jaar 2008 is door de gemeente Den Haag aan belanghebbende een aanslag onroerende zaakbelasting voor het gebruik opgelegd waartegen belanghebbende in bezwaar en beroep is gekomen. Volgens belangende is in casu immers geen sprake van het vereiste gebruik in de zin van art. 220, sub a, Gem.wet.

Volgens het hof is de enkele omstandigheid dat bv X eigenaar van de onroerende zaak is onvoldoende om gebruik in de zin van art. 220, sub a, Gem.wet aan te nemen. Er is sprake geweest van leegstand en gelet op het feit dat belanghebbende al die tijd pogingen heeft ondernomen om de onroerende zaak te verhuren, heeft belanghebbende de onroerende zaak ook niet gebruikt met de bedoeling deze metterdaad te bezigen ter bevrediging van eigen behoeften. Derhalve is de aanslag volgens het Hof Den Haag ten onrechte opgelegd en dient deze te worden vernietigd.

Hof Den Haag 29 juni 2012: 11/00486, LJnummer BX5764

Verder lezen
Terug naar overzicht