Ontbreken van 'i.o.' in tenaamstelling naheffingsaanslag is geringe onvolkomenheid


Samenvatting

Op een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting ontbreken de letters 'i.o.'. Belanghebbende stelt dat daarom niet duidelijk was dat de naheffingsaanslag voor hem bedoeld was en is opgelegd aan de bv. De rechtbank leidt uit de stukken van het geding af dat de bv i.o. in de oprichtingsfase voor rekening en risico van belanghebbende is gedreven zodat de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Het ontbreken van de letters 'i.o.' is een zodanig geringe onvolkomenheid dat naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan omtrent de identiteit van de belastingplichtige. Ten aanzien van het recht van aftrek voorbelasting is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende wist of had moeten weten dat hij door zijn aankopen onderdeel was van een btw-fraude. Het beroep van belanghebbende op vergoeding van werkelijk gemaakte kosten van de bezwaarfase wordt, nu sprake is van een voor 12 maart 2002 genomen besluit en bijzondere omstandigheden gelegen in het handelen in strijd met de Wet openbaarheid van bestuur, door de rechtbank toegekend. Er is echter geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een integrale proceskostenvergoeding voor de beroepsfase gerechtvaardigd is.

(Beroep gegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht