Onterfde dochter terecht aangeslagen op grond van aangifte door erfgenamen


Samenvatting

Vervolg op een zogenoemde 8:29 Awb-beslissing van 13 oktober 2008, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat de inspecteur de aangifte en een aantal overige stukken op grond van art. 8:42 Awb moet inbrengen.

De moeder van belanghebbende is in 2004 overleden. Belanghebbende is onterfd maar doet een beroep op haar legitieme portie. Zij is daarover sinds een aantal jaren verwikkeld in een civiele procedure met haar zuster, waarbij onder meer de hoogte van de legitieme portie in geschil is. In 2005 heeft belanghebbende tevens een verzoek tot het leggen van conservatoir beslag op een aantal onroerende zaken van haar zus bij de rechtbank ingediend. Door of namens de erfgenamen, waaronder de zus van belanghebbende, is de successierechtaangifte ingediend. Het saldo van de nalatenschap is negatief. De legitieme portie bedraagt uiteindelijk na bezwaar € 80.936.

De rechtbank oordeelt dat de door of namens de erfgenamen ingediende aangifte, gelet op het bepaalde in art. 38 SW 1956, bevoegdelijk is ingediend. Belanghebbende heeft daarentegen de vrijheid om in bezwaar en beroep de juistheid van de te haren aanzien in de aangifte vermelde gegevens te betwisten.

Belanghebbende heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat de legitieme portie minder bedroeg dan € 80.936, aldus de rechtbank. Ervan uitgaande dat het verzoek tot het leggen van conservatoir beslag is verleend en geëffectueerd, heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat ten tijde van het overlijden van erflaatster bij de zuster sprake was van, reeds aanwezige of voorzienbare, insolvabiliteit of oninbaarheid die een willekeurige derde in aanmerking zou nemen bij het bepalen van het bedrag dat hij voor overneming van de…

Verder lezen
Terug naar overzicht