Naar de inhoud

Ontheffing houtopstanden Rijkswaterstaat [Tekst geldig vanaf 01-01-2017]

[Tekst geldig vanaf 01-01-2017]

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 6, tweede lid, van de Boswet;

Besluit:

Artikel 1

In deze beschikking wordt verstaan onder wet: Boswet.

Artikel 2

1.

Aan Rijkswaterstaat wordt toestemming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit herbeplanting artikel 3 Boswet, verleend om een gevelde houtopstand te herbeplanten op andere grond dan waarop de gevelde houtopstand zich bevond. Rijkswaterstaat spant zich in om de herbeplanting te realiseren in de provincie waar de velling plaatsvindt.

2.

Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, is het voorschrift verbonden dat Rijkswaterstaat bij de kennisgeving, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet aangeeft waar de herbeplanting zal plaatsvinden, alsmede wat de aard en hoeveelheid van de herbeplanting is. De herbeplanting geschiedt door op bosbouwkundig verantwoorde wijze een ten minste gelijke oppervlakte te realiseren.

Artikel 3

1.

Voor projecten die langer dan twee jaren duren, wordt aan Rijkswaterstaat ontheffing verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet, om de houtopstand binnen een tijdvak van drie jaren te herbeplanten.

2.

Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, is de voorwaarde verbonden dat Rijkswaterstaat de betrokken houtopstanden zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen een tijdvak van vijf jaren na kennisgeving herbeplant.

3.

Bij de kennisgeving op grond van artikel 2, eerste lid, van de wet, vermeldt Rijkswaterstaat de termijn waarbinnen Rijkswaterstaat verwacht voldaan te hebben aan de plicht tot herbeplanting.

4.

Na oplevering van het project rapporteert Rijkswaterstaat aan het bevoegd gezag dat de herbeplanting heeft plaatsgevonden en op welke wijze.

Artikel 4

1.

Deze ontheffing treedt op 1 december 2016 in werking. De ontheffing Rijkswaterstaat Boswet zoals verleend op 27 juli 1999 wordt op 1 december 2016 ingetrokken.

2.

Indien voor een project dat langer duurt dan twee jaren voor 1 december 2016 een kennisgeving is gedaan van velling of een ontwerp ter inzage is gelegd van een tracébesluit als bedoeld in artikel 9, eerste lid, Tracéwet, een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening, een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, of artikel 3.28, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening of een projectplan als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, Waterwet, dan geldt voor dat project een herbeplantingstermijn van tien jaren na kennisgeving.

Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 1 december 2016

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

M.H.P. van Dam