Naar de inhoud

Ontnemen van voordeel bij gebreken in de vergunning

De rechter heeft veel vrijheid bij het bepalen van (de hoogte van) het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel. Welke factoren spelen een rol als er wordt ontnomen van bedrijven die weliswaar legale activiteiten ontplooien, maar handelen in strijd met hun vergunning?

1 Inleiding

Door in strijd met een vergunningsvoorschrift te handelen zou de producent van een overigens legaal product, naast de bespaarde kosten voor het niet voldoen aan de vergunningsvoorwaarde, in voorkomende gevallen in beginsel alle opbrengsten die hij met de productie van zijn product genereerde als wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen worden ontnomen. Deze opbrengsten had hij immers niet mogen genereren door het gebrek in zijn vergunningssituatie. Ook de opbrengsten van een tweede productielijn die hij, overigens volledig vergund, realiseerde met de opbrengsten van zijn eerdere productie kunnen hem worden ontnomen. Dat is immers voordeel dat hij heeft verkregen uit de baten van het strafbare feit. Zou het Openbaar Ministerie een overigens legale onderneming zo de voet dwars willen zetten? De wet legt de rechter die een dergelijke ontnemingsvordering zou willen toewijzen niets in de weg. Zal het in de praktijk zo’n vaart lopen? Men zou geneigd zijn te denken van niet. Maar zekerheid daarover is niet op voorhand te krijgen.

Ik zal in dit artikel ingaan op de relatie tussen het handelen zonder vergunning of het overtreden van een vergunningsvoorwaarde en het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Als een situatie niet is vergund omdat het handelen ongewenst is, ontmoet men de minste problemen. Als de niet-vergunde activiteit in dat geval toch heeft plaatsgevonden, zal doorgaans kunnen worden vastgesteld dat er wederrechtelijk voordeel is verkregen waarvan de omvang zal…