Ontvanger maakt kennelijk onbehoorlijk bestuur van belanghebbende niet aannemelijk


Samenvatting

Belanghebbende is enig aandeelhouder en bestuurder van bv 2, die bestuurder en houder van 40% van de aandelen in bv 1 is. Ergens in 2007 is een vakje in het administratiesysteem van bv 1 aangevinkt, waardoor ook bij inkopen waarbij geen omzetbelasting in rekening is gebracht toch omzetbelasting als aftrekbare voorbelasting in aanmerking is genomen. De aangiften omzetbelasting over de periode 2007-2009 zijn gedaan door belanghebbende op basis van de uit de administratie volgende gegevens. De inspecteur heeft na een boekenonderzoek een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 2007 tot en met 2009 opgelegd. De naheffingsaanslag omzetbelasting is onbetaald gebleven en belanghebbende is aansprakelijk gesteld. Het hof oordeelt dat de ontvanger niet heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast dat bv 1 met (voorwaardelijk) opzet of grove schuld onjuiste belastingaangiften heeft gedaan. Ook heeft de ontvanger niet voldaan aan de op hem rustende bewijslast dat belanghebbende kennelijk onbehoorlijk heeft bestuurd. Er is een fout gemaakt, die noch bv 1 noch belanghebbende had behoeven op te merken.

(Hoger beroep gegrond.)

Commentaar

Het kan verkeren. In mijn commentaar bij Rechtbank Zeeland-West Brabant 28 mei 2014, nr. 13/04464 (NTFR 2014/2325) schreef ik dat de uitspraak waarbij het beroep tegen de aansprakelijkstelling (grotendeels) ongegrond werd bevonden ‘geheel in lijn met de heersende jurisprudentie’ was. En nu – terwijl het hof tot een 180 graden andere beslissing komt, moet ik concluderen dat ook deze uitspraak in lijn met de heersende jurisprudentie is. Hoe kan dat, zult u zich afvragen. Het antwoord ligt besloten in het feit dat zowel rechtbank als hof…

Verder lezen
Terug naar overzicht