Op verzoek ex-partner teveel uitbetaalde heffingskorting terecht teruggevorderd van belanghebbende


Samenvatting

De belastingconsulent van de thans ex-echtgenoot van belanghebbende heeft tijdens het huwelijk een van zijn handtekening voorzien verzoek om een voorlopige teruggaaf van de algemene heffingskorting ingediend. De teruggave is op het door de gemachtigde aangegeven rekeningnummer gestort. Nadien is een definitieve aanslag aan belanghebbende opgelegd, waarbij de heffingskorting deels is teruggenomen. Er is een algemene machtiging van de ex-echtgenoot aan de belastingconsulent aanwezig. In geschil is of de inspecteur de bij de voorlopige teruggaaf teveel uitbetaalde heffingskorting mag terugvorderen van belanghebbende.

Hof Den Haag kan zich niet verenigen met de beslissing van Rechtbank Den Haag dat de aanslag moet worden vernietigd. Nu belanghebbende en de ex-echtgenoot in het onderhavige jaar fiscale partners waren, heeft de inspecteur het verzoek niet verder behoeven te toetsen dan hij heeft gedaan. Nu de voorlopige aanslag op de juiste wijze bekend is gemaakt en de teruggave op de bankrekening van een van de toenmalige echtelieden is gestort, oordeelt het hof dat de inspecteur verplicht was voor het jaar 2004 een definitieve aanslag aan belanghebbende op te leggen. Daarbij behoefde de inspecteur geen rekening te houden met de onderlinge verdeling van de teruggave tussen belanghebbende en de ex-echtgenoot.

(Hoger beroep gegrond.)

Commentaar

Deze procedure is in feite een gevolg van echtscheidingsperikelen. In de onderhavige zaak was de rechtbank nog tot de conclusie gekomen dat belanghebbende (de vrouw) niet rechtsgeldig was vertegenwoordigd door de belastingconsulent (van haar thans ex-echtgenoot) die het verzoek om een voorlopige teruggaaf had ingediend. De voorlopige teruggave van de algemene heffingskorting was gestort op de bankrekening van haar thans ex-echtgenoot. Volgens de rechtbank…

Verder lezen
Terug naar overzicht