Op weg met de Wabo (deel I)


Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het afgelopen najaar is, na de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en de Waterwet, een belangrijke stap gezet naar een volledige vernieuwing van het omgevingsrecht. In 2009 hebben we in dit tijdschrift een overzicht gegeven van de hoofdlijnen van deze wet.1

Inmiddels hebben gemeenten en provincies, maar ook burgers en bedrijven, enige ervaring kunnen opdoen met de toepassing van deze wet en hebben zich de eerste geschillen voorgedaan. Het is daarom tijd om de eerste contouren van die rechtspraak te schetsen. Daarnaast is het zo dat, hoewel de invoering van de Wabo nogal wat voeten in de aarde heeft gehad en de praktijk nog nauwelijks de gelegenheid heeft gehad daaraan te wennen, in Den Haag al weer wordt nagedacht over de volgende stap, de totstandkoming van een Raamwet omgevingsrecht. Ook bij enkele ontwikkelingen in de wetgeving zal in onze bijdrage worden stilgestaan. Wij zullen dit doen in twee delen.

1 Inleiding

Op 1 oktober 2010 trad de Wabo in werking. Inmiddels zijn we zo’n 9 maanden verder en zijn de omgevingsvergunning (die een groot aantal vergunningenstelsels vervangt), de invoering van één loket, één bevoegd gezag, één voorbereidingsprocedure en éénmalig bezwaar en beroep tegen een project, een feit. De ontwikkelingen in het omgevingsrecht staan echter niet stil. Zo was in het regeerakkoord reeds aangekondigd dat de Crisis- en herstelwet, die op 31 maart 2010 in werking is getreden, permanent zou worden gemaakt. Deze wet is bedoeld om de economie te stimuleren door bouw- en infrastructuurprojecten versneld te kunnen (laten) …

Verder lezen
Terug naar overzicht