Op zelf ontwikkelde software kan slechts worden afgeschreven op basis van de historische kostprijs


Samenvatting

Belanghebbende werkte in de jaren negentig (van de vorige eeuw) als systeemprogrammeur in loondienst. In privé ontwikkelde hij in die periode een softwaretool. De kostprijs van de tool was € 5.000. Belanghebbende heeft de tool in 1992 om niet aan zijn werkgever ter beschikking gesteld. De intellectuele eigendom heeft belanghebbende zelf gehouden. In 1995 heeft belanghebbende een eenmanszaak opgericht en in 2011 heeft hij de tool overgebracht naar zijn ondernemingsvermogen. In 2012 heeft belanghebbende voor € 100.000 licentierechten van de tool verkocht. Belanghebbende heeft de tool geactiveerd op de balans tegen de waarde in het economische verkeer. In geschil is tegen welke waarde de tool dient te worden geactiveerd, welke waarde vervolgens dient als basis voor de berekening van de jaarlijkse afschrijving: de historische kostprijs van € 5.000 of de waarde in het economische verkeer, door belanghebbende gesteld op € 250.000. Naar het oordeel van het hof heeft belanghebbende de tool door zijn arbeid ontwikkeld. Door de tool via zijn onderneming in het onderhavige jaar voor eigen rekening te exploiteren, realiseert belanghebbende alsnog de opbrengsten van de door hem in het verleden verrichte arbeid. Dat belanghebbende in eerste instantie heeft afgezien van exploitatie voor eigen rekening en dat tussen de initiële ontwikkeling van de tool en de uiteindelijke exploitatie een lange periode zit, doet er niet aan af dat belanghebbende aldus alsnog de opbrengsten van in het verleden verrichte arbeid geniet. Nu niet in geschil is dat voor de ontwikkeling van de tool (maximaal) € 5.000 kosten zijn gemaakt, moet de meeropbrengst van de tool volledig worden toegerekend aan de arbeid van belanghebbende…

Verder lezen
Terug naar overzicht