Over tenietgaan van wilsrechten ex de artt. 4:19-22 BW (2003.40.2533)


Reactie op de bijdrage van Huijgen over bovengenoemd onderwerp in WPNR 2002/6514, ND 2003.02.2306. Terecht merkt Huijgen op dat een wilsrecht uit hoofde van de artt. 4:19-22 BW slechts een kind toekomt indien en zolang hij een geldvordering uit hoofde van art. 4:13 BW (wettelijke verdeling) heeft. Perrick schrijft dat de geldvordering voortvloeit uit een verbintenis uit de wet. Een rechtsvordering tot nakoming van deze geldvordering is dus een ‘rechtsvordering tot nakoming van een…

Verder lezen