Overdrachtsbelasting en maatschappelijke verenigingen en stichtingen: blijf zitten waar je zit en verroer je dus niet


Dit artikel vormt in zekere zin een vervolg op ons artikel in Vastgoed Fiscaal & Civiel 2011, nr. 4, waarin wij aandacht hebben gevraagd voor verbetering van het instrumentarium dat de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: Wet BRV) aan niet-commerciële organisaties biedt voor het zonder heffing van overdrachtsbelasting uitvoeren van herstructureringen.

1 Mooie regelgevende ontwikkeling?

Art. 15, lid 1, onderdeel h, Wet BRV ziet op verkrijgingen van onroerende zaken in het kader van fusie, splitsing en interne reorganisatie. Met ingang van 1 januari 2012 is de aan de Tweede Kamer toegezegde rechtsvormneutrale fusiefaciliteit2 als art. 5bis in het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer (hierna: Uitv.besl. BRV) opgenomen3 (hierna: de nieuwe vrijstelling). In de nota van toelichting4 op de nieuwe vrijstelling valt het volgende te lezen:

  • Deze vrijstelling voor juridische fusies sluit aan bij de bepalingen in titel 7 van Boek 2 BW.

  • Ze is uitdrukkelijk als rechtsvormneutraal bedoeld en vormgegeven.

  • Bovendien is voor de toepassing niet de aanwezigheid van een materiële onderneming vereist.

Daardoor kunnen naar onze mening ook organisaties die geheel of gedeeltelijk in vastgoed beleggen (normaal vermogensbeheer) een beroep op de faciliteit doen.

De in lid 8 van art. 5bis Uitv.besl. BRV genoemde rechtspersonen kunnen de nieuwe vrijstelling gebruiken. In dit artikel zullen we specifiek ingaan op de toepassing van de fusiefaciliteit door verenigingen5 en stichtingen.

Wij zullen hierna onderzoeken of de nieuwe fusievrijstelling werkelijk een verbetering voor niet-commerciële organisaties inhoudt (al dan niet in vergelijking met commerciële organisaties) en in hoeverre…

Verder lezen
Terug naar overzicht