Overdrachtsbelasting/toepassing 6% tarief in plaats van 2% tarief niet discriminatoir


Wet BRV

Rechtbank Arnhem heeft zich tevens gebogen over de situatie, waarbij belanghebbende op 14 juni 2011 een woning in eigendom heeft verkregen waarop het 6% tarief overdrachtsbelasting is toegepast en belanghebbende zich heeft beroepen op het feit dat deze behandeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel c.q. het verbod op discriminatie (art. 26 BUPO en art. 24 EVRM). De vraag die zich aandiende, was of de beslissing om de wetswijziging niet verder terug te laten werken dan tot 15 juni 2011 van redelijke grond was ontbloot, c.q. of een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het verschil in behandeling ontbrak.

De Rechtbank Arnhem stelde voorop dat het de wetgever in beginsel vrij staat een lastenverlichting door te voeren en de ingangsdatum daarvan te bepalen, ook als daarbij sprake is van terugwerkende kracht. De rechtbank overwoog verder dat in de nota naar aanleiding van het Verslag is vermeld dat voor de datum 15 juni 2011 is gekozen vanwege de uitlatingen van het kabinet over de woningmarkt in een persconferentie van 17 juni 2011. Het hiermee opgewekte vertrouwen noodzaakte het kabinet de maatregel met terugwerkende kracht te laten gaan. De beslissing van de wetgever om voor de ingangsdatum van de tariefsverlaging aan te sluiten bij een moment waarop geruchten en daarmee verwachtingen ontstonden over deze tariefsverlaging, is daarmee niet van elke redelijke grond ontbloot is. Het enkele feit dat de persconferentie pas op 17 juni 2011 heeft plaatsgevonden, is onvoldoende om over de aanvaardbaarheid van die keuze van de wetgever anders te oordelen. Ook dit valt binnen de aan de wetgever toekomende beoordelingsvrijheid. Daarbij heeft de rechtbank ook belang gehecht aan het feit…

Verder lezen
Terug naar overzicht