Parlementaire geschiedenis van de totstandkoming en invoering van titel 7.3 BW: schenking - 02 Titel 7.3 BW


2.1 Algemene opmerkingen Titel 3.7

TW3

Inleidende opmerkingen. De voornaamste wijzigingen welke het ontwerp voor deze titel in vergelijking met het geldende recht bevat, zijn de verruiming van de definitie van schenking en de opheffing van de vormvereisten. Voor het laatste zij verwezen naar de toelichting bij artikel 7.3.2 (7:176).
Wat het eerste betreft, van oudsher heeft men gestreden over de vraag of schenking als een contract beschouwd moest worden, dan wel uitsluitend als een causa voor eigendomsovergang.4 Evenals ons geldende wetboek, dat zich op dit punt zowel heeft aangesloten bij de Code Civil als bij het oud-vaderlandse recht, hebben de meeste codificaties in deze strijd gekozen voor de constructie van schenking als contract.5 Echter heeft onze wetgever in artikel 1703 BW het begrip schenking nog in zoverre verengd, dat hij daaronder alleen bepaalde obligatoire overeenkomsten verstaat, nl. die waarbij de schenker zich om niet verbindt tot afstand van enig goed aan de begiftigde. In aanvulling op dit wettelijk begrip schenking, meestal schenking in formele zin genoemd, hebben rechtspraak en schrijvers het begrip schenking in materiële zin in het leven geroepen, waarop zij sommige schenkingsvoorschriften wel, andere niet toepasselijk achten. Over het onbevredigende van deze situatie en de onzekerheid die zij meebrengt, is men het sinds lang eens. Wanneer de schenkingsregels slechts toepasselijk zijn op een bepaald type overeenkomst ter bevoordeling, is het maar al te gemakkelijk ze te ontduiken door de overeenkomst in een andere vorm te gieten. De nieuwe codificaties vermijden deze moeilijkheden door de overeenkomst van schenking zo ruim mogelijk te omschrijven. Wel zijn ook daar de wettelijke regels alleen van toepassing op bevoordelingen die door middel van een overeenkomst tot stand komen.6
Het ontwerp volgt deze nieuwe tendens en verstaat onder schenking iedere overeenkomst die tot strekking heeft dat de schenker om niet en ten koste van eigen vermogen de begiftigde verrijkt. Onder deze ruime omschrijving, waarvan de componenten in de toelichting op artikel 7.3.1 (7:175) nog nader ter sprake komen, vallen in de eerste plaats verbintenisscheppende overeenkomsten als omschreven in artikel 6.5.1.1 (6:213). Anders dan naar artikel 1703 BW kan een schenking naar het ontwerp niet alleen tot een geven, maar ook tot een doen of een niet doen verplichten, mits de overeenkomst maar tot gevolg heeft dat de begiftigde wordt verrijkt ten koste van het vermogen van de schenker. Als voorbeelden van een schenking waaruit voor de schenker een verbintenis om te doen voortvloeit, kunnen genoemd worden overeenkomsten waarbij hij zich jegens de wederpartij verbindt tot overname of betaling van de schuld die de wederpartij aan een…

Verder lezen
Terug naar overzicht