Participatie in teakhoutplantage in Brazilië is geen onroerend goed en maatschappelijke belegging


Samenvatting

Belanghebbende heeft in 2003 tegen betaling van € 97.325 een participatie in de opbrengst van een deel van een teakhoutplantage in Brazilië verkregen.

De rechtbank oordeelt dat de participatie niet als maatschappelijke belegging kan worden aangemerkt, omdat de participatie geen verband houdt met een bij ministeriële regeling aangewezen groenfonds. Ook komt belanghebbende niet voor een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting in aanmerking. Van inkomsten uit onroerend goed als bedoeld in art. 6, lid 1, Verdrag Nederland-Brazilië is geen sprake, aangezien de terugbetaling en de opbrengst van het voor de participatie betaalde bedrag na afloop van de periode van de participatie geen verband houdt met de opbrengst van de teakplantage. Dat de opbrengst van de participatie wel afhankelijk is van de stijging van de houtprijs doet daaraan niet af.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

In deze zaak dient Rechtbank Den Haag twee vragen te beantwoorden. De eerste vraag is of de door belanghebbende gehouden participatie in een teakhoutplantage in Brazilië kwalificeert als vrijgestelde groene belegging in de zin van art. 5.14, lid 1, Wet IB 2001. De tweede vraag is of de participatie kan worden aangemerkt als onroerend goed in de zin van het Verdrag Nederland-Brazilië. In beide gevallen zou de participatie, die in het onderhavige jaar (2006) kennelijk een gemiddelde waarde heeft van € 97.325, in casu vrijgesteld zijn van de rendementsgrondslag in box 3.

De eerste vraag wordt door de rechtbank ontkennend beantwoord. Als groene belegging kwalificeren beleggingen in, winstbewijzen van en geldleningen aan bij ministeriële regeling aangewezen groene fondsen, zo blijkt uit genoemde wetsbepaling. Belanghebbende is…

Verder lezen
Terug naar overzicht