Partijen moeten ten minste drie weken tevoren voor zitting worden uitgenodigd


Samenvatting

Belanghebbende is op 14 september 2005 uitgenodigd voor een hofzitting op 4 oktober 2005. Belanghebbende is niet verschenen. Het hof heeft uitspraak gedaan. Volgens de Hoge Raad heeft het hof art. 8:56 Awb geschonden door belanghebbende niet ten minste drie weken voor de zitting uit te nodigen voor de zitting.

De hofuitspraak wordt vernietigd.

Feiten

3.1. ’s Hofs uitspraak vermeldt onder 2.2 dat belanghebbende op 14 september 2005 is uitgenodigd om te verschijnen ter zitting van 4 oktober 2005. Belanghebbende is niet verschenen. Het Hof heeft vervolgens uitspraak gedaan.

Geschil

In cassatie is aan de orde of het Hof de termijn van ten minste drie weken van artikel 8:56 Awb in acht heeft genomen.

Rechtsoverwegingen

3.2. Uit de zojuist vermelde feiten volgt dat belanghebbende er terecht over klaagt dat het Hof bij de toezending van de uitnodiging voor de zitting de termijn van ten minste drie weken als bedoeld in artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht niet in acht heeft genomen.

3.3. ’s Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

(Volgt vernietiging en verwijzing.)

Commentaar

In afdeling 8.2.5 Awb zijn alle aspecten samengebracht die aan de orde kunnen komen bij een onderzoek ter zitting. Art. 8:56 Awb behoort tot genoemde afdeling. Dit artikel bepaalt dat partijen ten minste drie weken voor de zitting moeten worden uitgenodigd.

De uitnodiging heeft ten doel om partijen in een zitting de gelegenheid te bieden hun standpunt nader toe te lichten. Om procespartijen in staat te stellen zich daarop goed voor te…

Verder lezen
Terug naar overzicht