Naar de inhoud

Pensioenfonds is geen gemeenschappelijk beleggingsfonds: vrijstelling niet van toepassing

Samenvatting

Belanghebbende, ondernemer, beheert tegen vergoeding (een deel van) het vermogen van een pensioenfonds (een bedrijfstakpensioenfonds). In geschil is of het beheer van het vermogen van het pensioenfonds onder de vrijstelling voor ‘het beheer van door beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen ter collectieve belegging bijeengebrachte vermogens’ als bedoeld in art. 11, lid 1, onderdeel i, sub 3°, Wet OB 1968 valt. Hof Den Haag (5 december 2014, nr. 11/00508, NTFR 2015/701) heeft die vraag ontkennend beantwoord omdat het pensioenfonds niet kan worden beschouwd als een ‘gemeenschappelijk beleggingsfonds’. De Hoge Raad deelt de visie van het hof.

Het risico dat de deelnemers dragen bij de beleggingen van het pensioenfonds en de doorwerking van het resultaat daarvan in de hoogte van hun pensioenuitkeringen is volgens de Hoge Raad namelijk niet van voldoende betekenis om deze gelijk te stellen met het risico dat deelnemers van een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) dragen. De hoogte van de pensioenuitkeringen wordt in beginsel immers niet bepaald naar gelang de resultaten van de beleggingen van het pensioenfonds, maar naar gelang het aantal dienstjaren bij de werkgevers en het bedrag van het gemiddeld verdiende loon. Aan het oordeel dat een beleggingsrisico van voldoende betekenis ontbreekt, doet niet af dat niet is uitgesloten dat de pensioenaanspraken en de ingegane pensioenen niet worden geïndexeerd, dan wel worden verminderd. Dit risico is van een andere orde dan het risico dat deelnemers van een icbe op hun ingelegde gelden dragen als gevolg van tegenvallende beleggingsresultaten.

(Cassatieberoep ongegrond.)

Feiten

2.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan…