Praktijkgids Allergenen - 02 Allergenen


2.1 Inleiding

Er zijn vele tientallen stoffen geïdentificeerd die allergische reacties kunnen veroorzaken bij mensen die daarvoor gevoelig zijn. Verreweg de meeste reacties treden op bij een beperkt aantal stoffen. Over een aantal allergenen bestaat wereldwijde consensus. Bijna overal worden melk, pinda, noten, tarwe, schaaldieren, vis, soja en ei gezien als de belangrijkste allergenen. Daarnaast bestaan veel verschillen. Deze worden onder andere veroorzaakt door regionale voedingspatronen. Zo wordt in het Middellandse Zeegebied veel selderij gebruikt. Door verhoogde blootstelling in die landen is de kans op het ontwikkelen van een allergie ook groter. In Europa is sinds eind 2005 allergenenwetgeving van kracht waarbij een lijst van veertien allergene ingrediënten wordt gehanteerd (zie paragraaf 3.2). In verschillende andere landen is ook allergenenwetgeving van kracht waarbij andere lijsten zijn opgesteld. In deze lijsten zijn enkele andere allergenen opgenomen of ontbreken allergenen die wel voorkomen op de Europese lijst.

Afhankelijk van het type product, klantenwensen en het afzetgebied moet per bedrijf bepaald worden met welke stoffen rekening gehouden wordt in het allergenenmanagementsysteem.

Dit hoofdstuk gaat dieper in op de relevante allergenen die gelden voor producenten in Nederland. Dit zijn de stoffen die zijn opgenomen in de LeDa-lijst en de veertien verplicht te declareren allergenen.

2.2 LeDa-lijst

In Nederland wordt allergeneninformatie van merkartikelen verzameld door de LevensmiddelenDatabank, voorheen databank ALBA genoemd. De LevensmiddelenDatabank (LeDa) wordt beheerd door het Voedingscentrum.

Leveranciers en fabrikanten van merkartikelen (consumenten- en grootverbruikartikelen) verstrekken de informatie over hun producten op vrijwillige basis. Er is dus geen verplichting om gegevens aan te leveren. Het Voedingscentrum geeft de verzamelde informatie uit als Merkartikelenlijst waarin producten zijn opgenomen welke een bepaald allergeen niet bevatten voor consumenten, artsen en diëtisten.

Veel fabrikanten van merkartikelen kiezen ervoor om gegevens aan te leveren als service aan de consument, met als neveneffect dat het aantal rechtstreekse vragen van consumenten over allergenen iets afneemt. Voor de aanleverende industrie van grondstoffen en halffabricaten is de LeDa-lijst vaak de basis voor de uitwisseling van productinformatie over allergene stoffen. Ook in België en Duitsland wordt de LeDa-lijst als standaard gezien voor allergeneninformatie in productspecificaties en questionnaires in business-to-businessleveringen. Hierbij wordt wel een verschuiving gesignaleerd ten opzichte van de Europese lijst met veertien allergenen.

Op de LeDa-lijst staan vierentwintig stoffen, waaronder de veertien EU-allergenen. Daarnaast zijn nog enkele andere allergene stoffen opgenomen. Er is een Fabrikantentoelichting beschikbaar waarin elk allergeen toegelicht wordt. Periodiek worden aanpassingen doorgevoerd. Echter de laatste aanpassingen stammen uit 2011 waarbij onder andere fenegriek, dat veelal als specerij wordt gezien, onder de peulvruchten geschaard is.

De LeDa-lijst bestaat uit verschillende kolommen. De…

Verder lezen
Terug naar overzicht