Premie voor overname leegstandsrisico


Wet VPB 1969

De Hoge Raad heeft op 3 december 2010 arrest gewezen tegen een uitspraak van Hof Den Bosch van 6 maart 2009 inzake de volgende casus.

Belanghebbende X BV heeft in 2001 een bij haar deels in gebruik zijnd bedrijfspand aan een derde verkocht en teruggehuurd met ingang van datum verkoop voor een periode van tien jaar (sale-and-lease back). X BV heeft zich verplicht in het kader van die verkoop om bij leegstand het gehele pand van de derde (terug) te huren (huurgarantie). X BV heeft het recht van onderverhuur van de leegstaande gedeelten van het pand die zij krachtens de huurgarantie dient te huren. De verhuurder heeft aanspraak op 50% van de meeropbrengst bij onderverhuur.

De Hoge Raad oordeelt in navolging van het Hof Den Bosch – en anders dan A-G Wattel op 28 december 2009 had geconcludeerd – dat X BV ter zake van de huurgarantie in het jaar van verkoop geen fiscale voorziening kan vormen aangezien het mogelijke leegstandsrisico zich van jaar tot jaar manifesteert en dus aan de toekomstige jaren moet worden toegerekend. Daarmee wordt niet voldaan aan de eisen van goed koopmansgebruik voor het kunnen vormen van een voorziening.

De Hoge Raad acht echter wel mogelijke termen aanwezig om fiscale winstneming op een deel van de verkoopopbrengst op het pand uit te stellen. De Hoge Raad splitst namelijk als het ware de koopsom en stelt dat als een deel van de verkoopopbrengst moet worden aangemerkt als een vergoeding (‘premie’) voor door X BV te lopen (leegstands)risico’s – bestaande uit per saldo te verwachten verliezen met betrekking tot de huur van het niet…

Verder lezen
Terug naar overzicht