President Rechtbank Amsterdam 13-04-2001 (Peeters), JAR 2001, 106


Staking. Beslag. Vakvereniging.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 106.

FHI, een federatie voor diverse technologische branches in Nederland, heeft vanaf dinsdag 3 april tot en met vrijdag 6 april 2001 een vakbeurs in de Jaarbeurs in Utrecht gehouden. Op 29 maart 2001 heeft de FNV haar voornemen bekend gemaakt om een staking bij de spoorwegen uit te roepen op donderdag 5 en vrijdag 6 april. Deze staking heeft ook plaatsgevonden. FHI stelt dat als gevolg hiervan veel minder bezoekers op haar beurs zijn geweest dan het geval was geweest als de treinen normaal hadden gereden. Zij heeft de FNV verzocht de door haar geleden schade te vergoeden en heeft hiertoe conservatoir derdenbeslag gelegd op rekeningen van de FNV. In kort geding vordert de FNV opheffing van deze beslagen waartoe zij stelt dat zij niet onrechtmatig heeft gehandeld door een staking uit te roepen en aldus niet schadeplichtig is. De president is van oordeel dat voldoende is gebleken dat de vordering ter verzekering waarvan FHI beslag heeft gelegd ondeugdelijk is omdat niet kan worden aangenomen dat de spoorwegstaking onrechtmatig was jegens FHI. De president overweegt hiertoe dat een vakbond op grond van art. 6 lid 4 Europees Sociaal Handvest het recht heeft om een staking te organiseren. Een dergelijke staking is enkel onrechtmatig als hierbij bepaalde procedureregels zijn geschonden. In onderhavig geval is hiervan geen sprake. Het enkele feit dat derden als FHI door de staking schade lijden, zelfs schade van aanzienlijke omvang, leidt niet tot een ander oordeel. In dit verband is van belang dat het merendeel van de bezoekers de vakbeurs van FHI wel heeft weten bereiken en dat de schade beperkt is gebleven tot het verlies van toegangsgelden tot een bedrag van NLG 60.000,--

Terug naar overzicht