President Rechtbank Amsterdam 25-11-1999 (Orobio de Castro), Prg. 2000, 5409


Beslag. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Executiegeschil. Dienstwoning.

De kantonrechter ontbindt op 6 september 1999 de arbeidsovereenkomst van een asielbeheerster met ingang van 1 januari 2000 met een vergoeding van NLG 25.000,-- bruto en NLG 15.000,-- verhuiskostenvergoeding. Als de werkgever de toegekende vergoeding niet betaalt, legt de werkneemster al voor 1 januari 2000 executoriaal derdenbeslag. De werkgever vordert opheffing van het beslag en een verbod tot executie. Volgens de werkgever is de ontbindingsvergoeding pas verschuldigd nadat de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk is ontbonden. De werkneemster stelt dat op het moment dat de termijn voor intrekking van het verzoek was verlopen, de beschikking in gezag van gewijsde is gegaan en de vergoeding opeisbaar was. De president is het met haar eens. Opheffing van executoriaal beslag is slechts mogelijk indien er sprake is van misbruik van bevoegdheid. Aangezien er geen hoger beroep mogelijk is en de werkgever het verzoek niet heeft ingetrokken, is de beschikking in kracht van gewijsde gegaan. Er is geen reden aan te nemen dat de beschikking niet vatbaar is voor ten uitvoerlegging. De beschikking bevat immers geen opschortende voorwaarde of tijdsbepaling. Het feit dat de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2000 wordt ontbonden, doet daar niet aan af. De kantonrechter heeft kennelijk de bedoeling gehad dat per 1 januari 2000 de dienstwoning moest worden ontruimd. Dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid, is niet aannemelijk geworden. De president wijst de vordering af.

Terug naar overzicht