President Rechtbank Assen 09-03-1999, JAR 1999, 114 (Van der Vinne)


Schorsing. Ongewenste intimiteiten.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 114.

Een centralist bij een taxicentrale wordt geschorst, nadat een vrouwelijke collega zich ziek heeft gemeld als gevolg van seksuele intimidatie door de werknemer. De werkgever heeft de door de collega gedane uitlatingen aan de werknemer voorgelezen, waarna de werknemer is geschorst en de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verzocht. De later door de collega op schrift gestelde uitlatingen zijn niet met de werknemer besproken. De werknemer betwist de uitlatingen. Er werden weliswaar schuine moppen verteld, maar de werknemer heeft nooit de indruk gekregen dat de collega zich daarbij onprettig voelde. De president is van oordeel dat de werkgever geen redelijke grond heeft de werknemer te schorsen. De president overweegt dat de collega haar verklaring niet heeft ingezien en dus niet heeft kunnen controleren of de tekst klopt met haar uitlatingen. Ook de werknemer heeft de tekst niet ingezien en aangezien de werknemer de uitlatingen betwist, staat niet vast dat hij ze heeft gedaan. De latere door de collega op schrift gestelde verklaring dient buiten beschouwing te blijven omdat deze niet is besproken met de werknemer en deze ook niet aan de schorsing ten grondslag ligt. Volgens de president is de door de werkgever getroffen maatregel onzorgvuldig tot stand gekomen. De werkgever had moeten nagaan of volstaan had kunnen worden met een waarschuwing of overplaatsing. Bovendien is de maatregel niet in overeenstemming met het arbeidsreglement met betrekking tot disciplinaire maatregelen en voert de werkgever geen beleid met betrekking tot ongewenste intimiteiten. Het is voor de werknemers niet duidelijk welk gedrag wel en welk gedrag niet wordt getolereerd. Aangezien de collega inmiddels elders werkt, acht de president de vordering tot tewerkstelling toewijsbaar.

Terug naar overzicht