President Rechtbank Leeuwarden 03-02-1999 (Vrieze), RvdW KG 1999, 57, JAR 1999, 58


Staking. Arbeidstijd. CAO.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 58.

Een schoonmaakbedrijf dat zich bezighoudt met het schoonmaken van ziekenhuizen laat zijn werknemers weten dat een urenvermindering van 9% (ruim één uur per week) zal worden doorgevoerd. Na het gunnen van een nieuw contract heeft de opdrachtgever van de werkgever het aantal te besteden uren verminderd. De vakvereniging verzoekt opschorting van urenvermindering en om onderzoek naar evenredigheid tussen de urenvermindering en de vermindering van de werkzaamheden. Bij gebleken evenredigheid verzoekt de vakvereniging een afbouwregeling conform het voorstel zoals gedaan in de onderhandelingen over een nieuwe CAO. Als de vakvereniging een staking uitroept vordert de werkgever in kort geding beëindiging daarvan. De vakvereniging vordert in reconventie ongedaanmaking van de urenvermindering zolang geen overeenstemming is bereikt. De president is van oordeel dat op grond van de nawerking van de oude CAO de vakvereniging zich er nu niet op kan beroepen dat de werkgever ingeval van urenvermindering de weg van ontslagvergunning of ontbinding door de kantonrechter had moeten bewandelen. Eerst moet worden afgewacht of de collectieve onderhandelingen op niets zullen uitlopen. Zolang overleg over urenvermindering conform de huidige CAO niet is beëindigd, moet de vordering van de vakvereniging worden afgewezen. Voorts is de president van oordeel dat het eisenpakket van de vakvereniging geen staking rechtvaardigt. In wezen zijn alle gestelde eisen afhankelijk van de uitkomsten van de door de vakvereniging gewenste inzage in het door de werkgever met het ziekenhuis overeengekomen bestek van de te verrichten schoonmaakwerkzaamheden. De werkgever gunt deze inzage aan een externe deskundige maar wenst geen afschriften te verstrekken. Echter gezien het grote belang van de werkgever (zorgvuldig bewaakt bedrijfsgeheim) en het bijkomende belang van de vakvereniging, is de president van oordeel dat de evenredigheid tussen doel en middel zoek is en dus de staking onrechtmatig. De president verbiedt de staking zolang de expert zijn onderzoek niet heeft verricht en tussen partijen niet tenminste één keer is onderhandeld over diens rapport. Voor het overige onthoudt de president zich van een oordeel over de na het rapport van de expert te hervatten onderhandelingen over de nieuwe CAO teneinde deze niet te doorkruisen. De president wijst de vordering toe behoudens voor zover zij niet betrekking heeft op de niet-leden van de vakvereniging, omdat de vakvereniging ten opzichte van niet-leden geen machtsmiddelen ter beschikking staan.

Terug naar overzicht