President Rechtbank Leeuwarden 17-04-2001 (Van Houten), RvdW KG 2001, 152


(Onrechtmatige) concurrentie.

Een werknemer begint na een dienstverband van vierenhalf jaar voor zichzelf. Zijn bedrijf houdt zich evenals dat van zijn ex-werkgever bezig met de verkoop en installatie van telecommunicatieapparatuur. De werknemer schrijft 132 relaties van zijn ex-werkgever aan met het verzoek zich tot hem te wenden in geval van klachten over apparatuur die bij de ex-werkgever is gekocht. Deze vordert in kort geding een verbod om gedurende zes maanden zaken te doen met zijn klanten. De president overweegt dat het een werknemer, die niet wordt gehinderd door een relatie- of concurrentiebeding, vrij staat zijn ex-werkgever te beconcurreren respectievelijk zijn relaties te benaderen. Echter indien de werknemer met behulp van vertrouwelijke informatie van zijn ex-werkgever duurzame relaties van zijn ex-werkgever benadert, zodanig dat er sprake is van een stelselmatige en substantiële afbreuk aan het bedrijfsdebiet van de ex-werkgever, dan is er sprake van ongeoorloofde concurrentie. In dit geval is er geen sprake van het stelselmatig benaderen van klanten met behulp van vertrouwelijke informatie van de werkgever. Het gaat immers maar om één enkele brief naar een beperkt aantal klanten. De inhoud van de brief is echter wel onrechtmatig omdat de werknemer de klanten een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven. Bovendien heeft de werknemer de suggestie gewekt alsof hij de zaken van zijn ex-werkgever zou overnemen. De president wijst de vordering toe zij het gematigd tot drie maanden op verbeurte van een dwangsom van NLG 5.000,-- per overtreding. Tevens gebiedt de president de werknemer de door hem benaderde relaties hiervan op de hoogte te stellen eveneens op verbeurte van een dwangsom (NLG 25.000,--)

Verder lezen
Terug naar overzicht