Problemen bij onderhandse executie van een verhypothekeerd onroerend goed


De president van de Rechtbank bepaalt dat verkoop van de verhypothekeerde zaak van H onderhands zal geschieden, artikel 3:268 lid 2 BW. Tegen zo'n beschikking is hoger beroep uitgesloten, artikel 3:268 lid 3 BW.

Desondanks gaat H in hoger beroep. Hij stelt dat hij ontvankelijk is, omdat de president in zijn beschikking ten onrechte artikel 3:268 lid 2 BW heeft toegepast c.q. buiten het toepassingsgebied van die bepaling is getreden en dat er voorts bij de behandeling van…

Verder lezen