Proceskostenvergoeding voor door eigen bv verleende rechtsbijstand


Samenvatting

Belanghebbende is dga van A bv, een vennootschap die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Hij heeft zich in een zaak betreffende een aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting laten bijstaan door A bv. De bezwaar- en beroepschriften zijn door belanghebbende, als directeur van A bv, ondertekend. De verweerder is van mening dat geen sprake is van een derde in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht zodat hij belanghebbende geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. Anders dan verweerder en de rechtbank ziet het hof geen reden om ten aanzien van het begrip 'derde' van het civiele recht af te wijken: belanghebbende heeft zich naar buiten toe vertegenwoordigd door een civielrechtelijke derde, te weten A bv. Voldoende is dat partijen zakelijk handelen. Ook daarvan is volgens het hof sprake nu tussen partijen wordt afgerekend als tussen onafhankelijke derden. Wanneer een belastingplichtige zakelijk handelt is er geen reden hem met zijn bv te vereenzelvigen. Belanghebbende heeft recht op een proceskostenvergoeding volgens het puntenstelsel.

(Hoger beroep gegrond.)

Commentaar

Een belanghebbende (een dga) schakelt zijn eigen bv in voor het indienen van een bezwaarschrift. Aan het bezwaarschrift wordt (gedeeltelijk) tegemoet gekomen. Belanghebbendes verzoek om een proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand wordt echter afgewezen. Verweerder, en de rechtbank onderschrijft dit, is van mening dat belanghebbende zelf het bezwaarschrift heeft geschreven. Het hof denkt hier anders over. Het hof is van oordeel dat de bv, in civielrechtelijke zin, een derde is en de processtukken zijn afkomstig van de bv. Op dit oordeel valt niets af te dingen. Zie ook Hof Den Haag 8 april 2008, NTFR 2008/955, …

Verder lezen
Terug naar overzicht