Pseudo-aandeel voorkwam aanmerkelijk belang niet (1996.3018)


A, B en C zijn aandeelhouders in BV, ieder 33 1/3 %. Zij hebben ieder een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 39 Wet IB. De BV plaatst één aandeel bij de accountant, die dit aandeel na beëindiging van zijn dienstverlening jegens de BV overdraagt aan een werkneemster van de BV. Het aanmerkelijk belang van de drie aandeelhouders is door de plaatsing van dit aandeel een aflopend aanmerkelijk belang geworden. Zonder verdere aandelenmutaties zijn zij na verloop van vijf jaar geen ab-houder meer.

Verder lezen