Radgen: Duitse vrijstelling voor inkomsten uit publiekrechtelijk nevenberoep ook voor Zwitserse inkomsten


Samenvatting

Peter en Lilian Radgen zijn Duitse staatsburgers die in Duitsland wonen en daar als onbeperkt belastingplichtigen worden aangemerkt. In 2009 heeft Peter Radgen als nevenberoep een onderwijsactiviteit uitgeoefend in een publiekrechtelijke instelling in Zwitserland. Voor die activiteit ontving hij ongeveer € 2.702. Het echtpaar Radgen was van mening dat deze vergoeding was vrijgesteld op grond van par. 3, punt 26, EStG. Volgens deze bepaling zijn dergelijke inkomsten tot maximaal € 2.100 vrijgesteld mits de activiteiten worden uitgeoefend in een publiekrechtelijke instelling in de EU of de EER. In geschil is of de vrijstelling ook moet gelden in relatie tot Zwitserland. Het Finanzgericht Baden-Württemberg stelt daarom prejudiciële vragen over de toepassing van de Overeenkomst EG-Zwitserland van 21 juni 1999. Volgens het HvJ beogen de bepalingen van die overeenkomst het vrije verkeer van personen tot stand te brengen, uitgaande van de in de EU toepasselijke bepalingen, waarvan de begrippen moeten worden uitgelegd overeenkomstig de rechtspraak van het HvJ. Radgen kan zich op dezelfde fiscale en sociale voordelen beroepen als nationale werknemers. Het HvJ bepaalt dat Radgen een fiscaal nadeel heeft ondervonden en dat vormt een ongelijke behandeling waarvoor geen rechtvaardiging is. Het HvJ heeft namelijk al eerder beslist dat er in dat kader geen rechtvaardiging is met het oog op de bevordering van het onderwijs.

Feiten

1. Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, ondertekend te Luxemburg op 21 juni 1999 (PB 2002, L 114, blz. 6; …

Verder lezen
Terug naar overzicht