Rechtbank Almelo 27-01-1999, JAR 1999, 42


Bedrijfsongeval (mesothelioom). Smartengeld.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 42.

(Zie President Rechtbank Almelo 24-10-1996, JAR 1996, 242, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1996, blz. 27). De zoon van een ex-werknemer, die als productiemedewerker met asbest heeft gewerkt, overlijdt aan de gevolgen van mesothelioom. Als kind is hij blootgesteld geweest aan asbest doordat de met asbeststof overdekte werkkleding thuis werd gewassen. De weduwe vordert smartengeld van NLG 200.000,-- van de werkgever. De rechtbank is van oordeel dat thuisbesmetting met asbest uit werkkleding van de vader de oorzaak is geweest van de mesothelioom van de zoon en dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade (wegens handeling in strijd met de norm ex art. 6:162 BW). De rechtbank stelt dat de werkgever eind jaren zestig op de hoogte had kunnen zijn van de thuisbesmettingsgevaren van asbest en dat hem een verwijt kan worden gemaakt dat hij niet meer veiligheidsmaatregelen heeft getroffen dan hij deed. Daaraan doet niet af dat "iedereen" zonder zich zorgen te maken asbest gebruikte en dat de overheid pas laat met veiligheidsvoorschriften is gekomen. Met betrekking tot het smartengeld vraagt de rechtbank zich af welke zin het voor het slachtoffer heeft om grote voor hem persoonlijk te besteden geldbedragen te ontvangen als hij bijvoorbeeld minder dan een jaar te leven heeft. Rechtens gezien is de tijd waarin hij schade lijdt kort en zal het slachtoffer van NLG 200.000,-- niet het volledige genot kunnen hebben. Een groot deel van het voor hem zelf bestemde smartengeld zal in de nalatenschap vallen, hetgeen niet de ratio is van het toekennen van smartengeld. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank een bedrag van NLG 90.000,-- redelijk en billijk, mede omdat het aansluit bij het bedrag van NLG 100.000,-- dat door de rechter in meso-thelioomzaken meermalen is vastgesteld. Daarnaast bestaat er recht op vergoeding van enige materiële schade.

Terug naar overzicht