Rechtbank Amsterdam 08-01-2003, 07-04-2004, JAR 2004, 108


Bedrijfsongeval. Aansprakelijkheid werkgever. Goed werkgeverschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 108.

Tijdens een ballonvaart die onderdeel vormde van het jaarlijkse kantooruitje in 1996 heeft de werkneemster letsel opgelopen doordat het mandje van haar ballon tijdens de landing tegen een kantoorgebouw is gebotst. Zij is sinds die tijd gedeeltelijk arbeidsongeschikt. De verzekeraar van de werkgever heeft meegedeeld de schade van de werkneemster te zullen vergoeden onder voorbehoud van limitering van de vordering van de werkneemster op grond van de Wet Luchtvervoer. De werkneemster heeft volledige schadevergoeding gevorderd onder verwijzing naar, onder meer, art. 6:162 BW jo. art. 6:76 BW en art. 7:658 BW. Naar het oordeel van de rechtbank is art. 7:658 BW niet van toepassing omdat de werkgever geen zeggenschap had over het bedrijfsuitje en geen bevoegdheid om met betrekking tot dit uitje instructies te geven. Onder omstandigheden kan een werkgever jegens zijn werknemer echter ook aansprakelijk zijn op grond van het goed werkgeverschap van art. 7:611 BW. In dit verband is van belang dat het ongeval heeft plaatsgevonden tijdens een door de werkgever georganiseerd kantooruitje, dat werknemers in de regel worden geacht deel te nemen aan door de werkgever georganiseerde kantooruitjes, dat de werkgever – zonder medeweten van de werknemers, voor wie de inhoud van het uitje geheim was – heeft gekozen voor een ballonvaart met alle risico's van dien, en dat de werkgever kennelijk verzekerd is voor de financiële gevolgen van het ongeval. De rechtbank is daarom van oordeel dat de werkgever onder deze bijzondere omstandigheden aansprakelijk is voor de schade van de werkneemster, maar stelt partijen nog in de gelegenheid om zich uit te laten over de toepassing van art. 7:611 BW. Bij eindvonnis oordeelt de rechtbank vervolgens dat de werkgever inderdaad aansprakelijk is. Dat het in onderhavig geval, anders dan in Vonk/Van der Hoeven (HR 12-01-2001, RvdW 2001, 31, JOL 2001, 26, NJ 2001, 253, JAR 2001, 24, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 9), niet gaat om een verkeersongeval, doet aan dit oordeel niet af, aldus de rechtbank, omdat de werkgever de werkneemster in een, ook door de werkgever onderkende, gevaarlijke situatie heeft gebracht, aan welke situatie de werkneemster zich moeilijk kon onttrekken. De werkgever dient daarom de schade van de werkneemster te vergoeden. Het feit dat de werkgever de schade zelf niet volledig kan verhalen op de ballonvaarder vanwege de door de Wet Luchtvervoer gestelde beperkingen komt voor zijn eigen rekening en risico.

Terug naar overzicht