Rechtbank Amsterdam 11-10-2000, JAR 2000, 233


Loon. Ziekte (tijdige ziekmelding; onrechtmatige daad uitvoeringsinstelling).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 233.

De uitvoeringsinstelling kent een WAO-uitkering toe per een veel latere datum dan 52 weken na de eerste ziektedag omdat de ziekmelding bij de uitvoeringsinstelling niet tijdig is geschied. De werknemer berust daar in, maar de werkgever vordert schadevergoeding (wegens het langer hebben moeten doorbetalen van loon aan de werknemer) van de Arbo-dienst en de uitvoeringsinstelling. Het betrof een geval van voor 1 januari 1998, zodat de werkgever zelf niet in beroep kon gaan tegen de WAO-beslissing. De rechtbank overweegt dat de werkgever verplicht is binnen 13 weken de ziekmelding te doen bij de uitvoeringsinstelling. De Ziektewet stelt echter geen nadere vereisten aan de vorm waarin of de wijze waarop een ziekmelding dient plaats te vinden. Hoewel ziekmelding volgens het destijds geldende Ziekengeldreglement via een formulier moest worden gedaan, wil dit niet zeggen dat dit ook niet door middel van een reïntegratieplan kon worden gedaan. Dit laatste is ook later bij besluit geaccepteerd. Mede gezien het feit dat de eerste ziektedag staat vermeld in het reïntegratieplan, dat binnen die termijn van 13 weken door de Arbo-dienst bij de uitvoeringsinstelling was ingediend, is de rechtbank van oordeel dat de werknemer tijdig ziek is gemeld en dat de uitvoeringsinstelling onrechtmatig heeft gehandeld door de WAO-uitkering later te laten ingaan. De vordering tegen de uitvoeringsinstelling dient dan ook te worden toegewezen in tegenstelling tot die tegen de Arbo-dienst, omdat deze de ziekmelding tijdig heeft doorgegeven aan de uitvoeringsinstelling.

Verder lezen
Terug naar overzicht