Rechtbank Amsterdam 30-01-2002, JAR 2002, 79


Directeur. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling (B inclusief bonus).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 79.

De werknemer, 52 jaar oud, is bijna twee jaar in dienst bij de werkgever als statutair directeur, tegen een salaris van NLG 371.000,-- bruto per jaar. In de arbeidsovereenkomst is een bepaling opgenomen die inhoudt dat, indien de werkgever de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen om andere dan dringende redenen, hij aan de werknemer een schadeloosstelling zal betalen van tweeënhalf maandsalaris per dienstjaar met een minimum van 12 en een maximum van 24 maandsalarissen. De werkgever heeft over het boekjaar 2000/2001 een groot verlies geleden. Daarom hebben de aandeelhouders besloten om naast de werknemer nog een statutair directeur te benoemen. Partijen zijn het niet eens geworden over de taakverdeling tussen deze directeur en de werknemer. Daarop hebben zij onderhandeld over een beëindigingsregeling, doch zonder resultaat. De werkgever verzoekt nu ontbinding. Hij is bereid de regeling uit de arbeidsovereenkomst uit te voeren. De werknemer is van mening dat bonusbetalingen en premies in de vergoeding moeten worden meegenomen en dat rekening gehouden moet worden met de zeer korte duur van het dienstverband, de opzegtermijn van zes maanden, de aandelenoptieregeling en het feit dat hij naar Enschede is verhuisd voor de werkgever. De rechtbank is van oordeel dat, nu de werknemer geen verwijt treft van de ontstane situatie, er grond is voor ontbinding met toekenning aan hem van een vergoeding. Daarbij moet de beëindigingsregeling uit de arbeidsovereenkomst worden toegepast, ook al is deze strikt genomen niet van toepassing bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De vergoeding genoemd in deze regeling betreft naar haar aard de gehele schade van de werknemer. Er is geen goede grond om daarnaast nog een afzonderlijke vergoeding toe te kennen voor kosten gemaakt in verband met verhuizing. Bij de vergoeding van 12 maandsalarissen moet worden betrokken het jaarsalaris, vermeerderd met de pensioenpremie en met de kennelijk ook voor het lopende boekjaar op het vaste bedrag van NLG 40.000,-- bepaalde en daarmee als vast loonbestanddeel te beschouwen bonus. De werknemer heeft verder bepaalde optierechten gekregen, welke hij nog niet heeft uitgeoefend. De vergoeding komt daarmee op € 199.731,36 bruto. De rechter is voorts van mening dat, nu de in de arbeidsovereenkomst getroffen beëindigingsregeling losstaat van de aandelenoptieregeling, de werknemer bij wijze van aanvullende vergoeding de opties nog binnen drie maanden na ontbinding van de arbeidsovereenkomst moet kunnen uitoefenen.

Verder lezen
Terug naar overzicht