Rechtbank Dordrecht 31-05-2000, NJkort 2000, 66


Kennelijk onredelijk ontslag. Schadeloosstelling.

(Zie voor eerste instantie aanverwante procedure Kantonrechter Oud-Beijerland 31-05-1999, JAR 1999, 151, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 183). Een werknemer wordt met ontslagvergunning ontslagen wegens sluiting van het bedrijf. Op grond van het sociaal plan heeft hij aanspraak op een schadevergoeding van NLG 18.736,58 bruto. Evenals de kantonrechter acht de rechtbank het ontslag gezien het gevolgencriterium onredelijk. De rechter is niet gebonden aan een sociaal plan en evenmin is relevant of de werknemer wel of niet een beroep op de hardheidsclausule van het sociaal plan heeft gedaan. Het gaat slechts om een belangenafweging tussen beide partijen. Met betrekking tot de hoogte van de schadevergoeding is de rechter vrij in de bepaling daarvan, welke ook los staat van de daadwerkelijke schade. Het vaststellen van de schadevergoeding is derhalve een discretionaire bevoegdheid van de rechter, zodat ook de kantonrechtersformule in ontbindingszaken niet gevolgd behoeft te worden. Weliswaar is het begrijpelijk dat met name in eerste instantie getracht wordt rechtsgelijkheid te bereiken door het toepassen van formules zoals de kantonrechtersformule. In dit geval doet, naar het oordeel van de rechtbank, de toepassing van deze formule echter geen recht aan de omstandigheden van dit individuele geval. De rechtbank wijst een schadevergoeding toe van NLG 100.000,-- bruto.

Terug naar overzicht