Rechtbank Groningen 29-03-2002, Prg. 2002, 5943


Loon. RDA-vergunning. Toepasselijk recht. Ziekte.

(Hoger beroep Kantonrechter Winschoten 09-01-2001, Prg. 2001, 5680, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 122). Een Nederlandse werknemer, 12 maanden in dienst van een Nederlandse werkgever, verricht zijn werkzaamheden in Duitsland. Twee maanden na indiensttreding zegt de werkgever de arbeidsovereenkomst op wegens disfunctioneren. De werknemer stelt dat het Nederlands recht van toepassing is op grond van art. 6 lid 2 sub a EVO en vordert doorbetaling van loon. Voor het geval Duits recht van toepassing is vordert de werknemer subsidiair doorbetaling van loon tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst naar Duits recht is geëindigd. De kantonrechter is van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is, in het bijzonder art. 6 BBA, omdat de werknemer werkloos zal zijn voor de Nederlandse arbeidsmarkt en hij acht de Nederlandse rechter bevoegd op grond van art. 2 EEX. Het staat de werknemer dus vrij om het geschil aan de Nederlandse rechter voor te leggen. De kantonrechter wijst de vorderingen toe. De rechtbank is van oordeel dat nu vaststaat dat de werkzaamheden gewoonlijk in Duitsland werden verricht, moet worden aangenomen dat de arbeidsovereenkomst op grond van art. 6 lid 2 sub a EVO in beginsel wordt beheerst door Duits recht, hoewel de arbeidsovereenkomst enige verbinding heeft met het Nederlandse rechtssysteem. Het is de vraag of het BBA, dat strekt ter bescherming van de sociaal-economische verhoudingen in Nederland, van toepassing is, met andere woorden of het belang dat het BBA beoogt te beschermen zwaarder moet wegen dan het belang van het van toepassing zijnde vreemde recht. Niet is gebleken dat de werknemer zal terugvallen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hij is namelijk thans als zelfstandige werkzaam in Duitsland. Ook is niet gebleken dat de Uitvoeringsinstelling de werknemer als verzekerde volgens de Ziektewet heeft aangemerkt. Bovendien heeft de Duitse uitvoeringsorganisatie te kennen gegeven dat de werknemer daarbij was aangesloten. Met betrekking tot de vraag of de werknemer naar Duits recht aanspraak heeft op loondoorbetaling, stelt de rechtbank dat de werknemer op grond van het Duitse recht aanspraak heeft op ziekengeld en dat hij zich dus tot de Gesundheidskasse had moeten wenden. Aangezien niet is komen vast te staan dat de werknemer zich voor het einde van de arbeidsovereenkomst weer hersteld heeft gemeld en zich beschikbaar heeft gesteld voor zijn werk, heeft de werknemer geen recht op doorbetaling van loon. De rechtbank vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen af.

Terug naar overzicht