Rechtbank Leeuwarden 05-03-2003, JAR 2003, 86


Bedrijfsongeval. Gezagsverhouding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 86.

In april/mei 1999 heeft de "werkneemster" enkele dagen meegelopen met een besteller van Selektvracht teneinde te beslissen of zij ook bij Selektvracht in dienst zou willen treden. Op 6 mei 1999 is haar daarbij een ongeval overkomen. Zij heeft beide ondernemingen hiervoor aansprakelijk gesteld, Selektvracht als formele werkgever en Postuma als feitelijke werkgever. Postuma betwist dat hij een feitelijke werkgever is en stelt dat hij enkel depothouder is en zelf geen arbeidskrachten in dienst heeft. Selektvracht stelt dat de "werkneemster" nog aan het meelopen was en dat er tussen partijen geen arbeidsovereenkomst bestond. Daarom zou geen sprake kunnen zijn van aansprakelijkheid. De "werkneemster" stelt dat 6 mei 1999 haar eerste werkdag was. De kantonrechter heeft geoordeeld dat niet relevant is of de "werkneemster" al dan niet krachtens een arbeidsovereenkomst voor één van beide partijen werkzaam was, omdat, zo dat niet het geval zou zijn, er aansprakelijkheid zou bestaan op grond van art. 7:658 lid 4 BW. De kantonrechter heeft daarom Postuma en Selektvracht opgedragen om te bewijzen dat zij niet zijn tekortgeschoten in hun zorgplicht ex art. 7:658 BW. Op het hoger beroep van Postuma en Selektvracht overweegt de rechtbank dat wel degelijk relevant is wat de aard van de relatie tussen partijen was. Voor het aannemen van een zorgplicht uit hoofde van art. 7:658 BW is namelijk, aldus de rechtbank, van belang of degene die in het kader van zijn beroep of bedrijf werkzaamheden laat verrichten, zeggenschap heeft of geacht kan worden te hebben over de werkzaamheden. Ook is van belang of de betreffende werknemer of pseudo-werknemer gehouden is om die werkzaamheden te verrichten. Is enkel sprake van "meelopen" in de zin van het gedurende korte tijd en op vrijblijvende wijze kennis maken met een uit te voeren functie, dan kan bezwaarlijk worden gesproken van zeggenschap over en een verplichting tot het verrichten van werkzaamheden. In een dergelijk geval is art. 7:658 BW niet van toepassing. In onderhavig geval zal de "werkneemster" daarom eerst moeten bewijzen dat zij bij Selektvracht in dienst was getreden. Komt dat vast te staan, dan zal moeten worden vastgesteld of Postuma medewerkgever was naast Selektvracht of dat hij als hulppersoon van Selektvracht moet worden aangemerkt.

Terug naar overzicht