Rechtbank Rotterdam 29-06-2000, NJkort 2000, 90


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling.

De arbeidsovereenkomst van een 50-jarige werknemer wordt ontbonden met een vergoeding van NLG 595.662,--. De vergoeding wordt aangewend voor een lijfrentevoorziening die recht geeft op een periodieke uitkering van NLG 6.714,75 bruto per maand tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Na echtscheiding stelt de vrouw dat de vergoeding in de gemeenschap van goederen valt. De rechtbank is met de vrouw van oordeel dat de Hoge Raad in zijn arrest van 22-03-1996, NJ 1996, 640 heeft beslist dat een schadeloosstelling ex art. 7:685 BW in beginsel in de gemeenschap van goederen valt. Daar ging het echter om een uitkering ineens en hier gaat het om een door de werkgever verstrekt vervangend inkomen tot aan de pensionering. Uit het arrest valt niet af te leiden dat toekomstige loonuitkeringen na de echtscheiding in de gemeenschap van goederen vallen. Niet valt in te zien dat een maandelijkse uitkering ter vervanging van wegvallende arbeidsinkomsten daarmee niet gelijkgesteld kan worden.

Terug naar overzicht