Rechtbank 's-Hertogenbosch 12-05-2000, JAR 2000, 133


Arbeidstijd (onwettig verzuim). Goed werkgeverschap (intrekken berisping).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 133.

Een werkneemster (27 jaar in dienst bij een bank) gaat akkoord met een wijziging van haar werkrooster. Dit betekent dat zij woensdagmiddag en donderdag en vrijdag moet werken. De werkneemster gaat ervan uit dat de wijziging, die niet schriftelijk is vastgelegd, ingaat per 2 oktober 1997. Als de werkneemster woensdagmiddag 1 oktober niet op haar werk verschijnt, wordt zij onder verwijzing naar de nieuwe werktijdenregeling telefonisch gesommeerd op het werk te verschijnen. De werkneemster ontkent dit en stelt dat zij de werkgever heeft medegedeeld dat de nieuwe werktijden nog niet waren ingegaan omdat haar collega nog niet was teruggekeerd van zwangerschapsverlof. Ruim één maand later wordt de werkneemster schriftelijk berispt wegens ongeoorloofd werkverzuim. Als haar verzoek om de berisping in te trekken wordt afgewezen, vordert zij een verklaring voor recht dat de berisping ten onrechte is en een bevel tot ongedaanmaking daarvan. De kantonrechter wijst de vordering af. De rechtbank is in tegenstelling tot de kantonrechter van oordeel dat de lezing van de werkneemster dat er geen sprake is geweest van een sommatie, maar van een informeren naar de reden voor afwezigheid, niet zonder meer van de hand kan worden gewezen. Dit geldt temeer nu niet vaststaat dat de werkneemster op de hoogte was van de ingangsdatum van de nieuwe werktijden. Gezien het feit dat de werkneemster 27 jaar goed heeft gefunctioneerd, zonder ongeoorloofd werkverzuim en met slechts een gering ziekteverzuim, het feit dat de wijziging van de werktijden op verzoek van de collega is geweest en het feit dat de werkgever de wijzigingen niet schriftelijk heeft vastgelegd, had van de werkgever mogen worden verwacht dat hij voorafgaand aan het opleggen van de maatregel zorgvuldig onderzoek had verricht. Nu de werkgever zelfs de werkneemster niet heeft gehoord, is de werkgever tekortgeschoten in zijn verplichtingen als goed werkgever en dient de berisping ongedaan gemaakt te worden. De rechtbank vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen toe.

Terug naar overzicht