Rechtbank Utrecht 20-09-2000, JAR 2000, 246


Ziekte. Loon (ontbreken second opinion).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 246.

Een werknemer (voor bepaalde tijd van een jaar in dienst, salaris NLG 2.056,-- bruto per maand) wordt halverwege het jaar arbeidsongeschikt wegens keelklachten. Drie maanden later wordt de werknemer door de Arbo-arts situationeel arbeidsongeschikt geacht wegens een arbeidsconflict. De werkgever wordt bij voorlopige voorziening veroordeeld tot doorbetaling van loon. In de bodemprocedure wijst de kantonrechter de loonvordering af omdat de werknemer geen second opinion heeft overgelegd na daartoe bij tussenvonnis in de gelegenheid te zijn gesteld. De rechtbank oordeelt in het hoger beroep van de werknemer dat het overleggen van een deskundigenverklaring ex art. 7:629a lid 2 BW alleen aan de orde is ingeval van verschil van mening over de arbeidsongeschiktheid van de werknemer, bijvoorbeeld omdat de Arbo-arts de werknemer ondubbelzinnig arbeidsgeschikt heeft verklaard. De Arbo-arts heeft de werknemer echter arbeidsongeschikt verklaard. Uit de stellingen van de werkgever blijkt dat hij de arbeidsongeschiktheid van de werknemer ernstig in twijfel heeft getrokken en ontslagvergunning heeft gevraagd. Omdat de vergunning niet is overgelegd kan de rechtbank niet vaststellen of de arbeidsongeschiktheid door de werkgever is betwist. Het aanvragen van een ontslagvergunning kan op zich niet als zodanig worden aangemerkt. Volgens de rechtbank behoefde de werknemer er niet vanuit te gaan dat de door de Arbo-arts geaccepteerde arbeidsongeschiktheid door zijn werkgever werd betwist. Dit betekent dat hij recht heeft op doorbetaling van loon.

Terug naar overzicht