Rechtbank Zutphen 16-05-2002, JAR 2002, 224


Kennelijk onredelijk ontslag. Passende arbeid. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 224.

De werknemer (33 jaar, 13 jaar in dienst) is sinds 12 juni 1997 ziek. Sinds 12 juni 1998 ontvangt hij een volledige WAO-uitkering. In de perioden daarna heeft hij gedurende een aantal weken getracht vier uur per dag op arbeidstherapeutische basis terug te komen op het werk. Dit is niet gelukt, waarop de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd tegen 31 december 1999. De werknemer stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is vanwege het ontbreken van enige financiële voorziening en omdat de werkgever te weinig moeite zou hebben gedaan voor zijn reïntegratie. De kantonrechter heeft een vergoeding toegekend. De werkgever stelt hiertegen hoger beroep in en de werknemer vordert in incidenteel beroep toekenning van een hogere vergoeding. De rechtbank overweegt dat de werknemer gedurende korte perioden heeft getracht door middel van passende werkzaamheden weer aan het werk te gaan. Hij heeft het aanbod om op minder stressvolle afdelingen, aangeduid als de afdeling "groot formaat", te gaan werken echter van de hand gewezen omdat het niveau van het werk voor hem te laag zou zijn. De werkgever heeft aangegeven dat de "wegrakingen" die de werknemer heeft op de afdeling "klein formaat" veiligheidsrisico's oplevert omdat daar machines draaien. De arbeidsdeskundige heeft deze conclusie onderschreven. Naar het oordeel van de rechtbank kan van de werkgever niet worden gevergd dat hij de werknemer op een afdeling te werk stelt waaraan bepaalde, door een arbeidsdeskundige vastgestelde, risico's voor hem verbonden zijn. De werknemer heeft geen nader onderzoek aangeboden op dit punt en heeft zijn bezwaren tegen het onderzoek van de arbeidsdeskundige onvoldoende inhoudelijk onderbouwd. Eén en ander leidt tot de conclusie dat de werkgever zich voldoende heeft ingespannen voor reïntegratie. Het ontslag is evenmin kennelijk onredelijk wegens de financiële gevolgen ervan. Daarbij is van belang dat de werkgever ook gedurende het tweede jaar het loon tot 100% heeft aangevuld, dat hij de opbouw van de pensioenrechten zal voortzetten en dat de werknemer, gelet op zijn leeftijd (33 jaar), ander werk moet kunnen vinden, ook al heeft hij 13 jaar voor de werkgever gewerkt.

Terug naar overzicht