Rechtbank Zwolle 06-09-2000, JAR 2001, 21


Proeftijd. Ziekte. Privacy (mededelingen aan nieuwe werkgever). Goed werkgever- schap. Sollicitatie.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 21.

Een werkneemster, sinds 1994 in dienst, is in juni 1997 arbeidsongeschikt geworden wegens een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Met ingang van 1 september 1997 is zij bij een nieuwe werkgever begonnen voor tien uur per week, welk aantal per 1 oktober 1997 zou worden uitgebreid tot 36 uur. De directeur van de oude werkgever heeft op eigen initiatief en zonder medeweten van de werkneemster contact opgenomen met haar nieuwe werkgever, en heeft daarbij gesproken over haar arbeidsongeschiktheid. Na dat contact is de werkneemster direct - in haar proeftijd - ontslagen. De werkneemster stelt dat de directeur onrechtmatig alsmede in strijd met de CAO heeft gehandeld en vordert schadevergoeding. De CAO verbiedt de werkgever buiten de werknemer gegevens met betrekking tot de persoon van de werknemer beschikbaar te stellen aan derden. De kantonrechter heeft de vordering van de werkneemster toegewezen en de oude werkgever veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat. De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. De handelwijze van de oude werkgever is in strijd met de CAO en het goed werkgeverschap. Juist ten opzichte van derden dient de werkgever met betrekking tot de werknemer bijzondere zorgvuldigheid aan de dag te leggen, temeer wanneer het gaat om gevoelige informatie over iets als arbeidsongeschiktheid. De oude werkgever heeft zich niet als een goed werkgever gedragen door zonder voorafgaand overleg of toestemming mededeling te doen van de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster - informatie die gegeven de omstandigheden als negatief en, gelet op het situatieve karakter van die ongeschiktheid, bovendien als onvolledig en dus als onjuist moet worden aangemerkt - aan een andere (toekomstige) werkgever. Hiervoor kan geen rechtvaardiging worden gevonden in de omstandigheid dat de oude werkgever duidelijkheid wenste te krijgen over de vraag of de werkneemster in strijd zou handelen met het voor haar geldende verbod van nevenwerkzaamheden. De oude werkgever wist immers dat de werkneemster voor tien uur werkloos was, terwijl zij daarenboven de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 1997 had opgezegd. Aangenomen moet worden dat er verband bestaat tussen de voornoemde mededeling over de arbeidsongeschiktheid en het daarop gevolgde ontslag, nu is gebleken dat de (situatieve) arbeidsongeschiktheid in verband met de omstandigheid dat de werkneemster die ongeschiktheid niet had besproken, een belangrijke reden was voor het ontslag. Nu de oude werkgever niet het situatieve karakter van de arbeidsongeschiktheid heeft medegedeeld heeft hij met die negatieve en bovendien onvolledige en daarmee onjuiste informatie tot het ontslag aanleiding gegeven. Onjuist is de stelling dat de werkneemster het ontslag aan zichzelf heeft te wijten doordat zij haar arbeidsongeschiktheid heeft verzwegen. Onbestreden is immers dat zij wel in staat was om voor de nieuwe…

Verder lezen
Terug naar overzicht