Rechtbank Zwolle 11-04-2001, Prg. 2001, 5723


Bedrijfsongeval. Competentie. Wettelijke rente.

Een werknemer overkomt een bedrijfsongeval, veroorzaakt door een kraanmachinist in dienst van een onderaannemer. De werknemer raakt arbeidsongeschikt en vordert een schadevergoeding. De rechtbank wijst de vordering bij verstek toe. De werkgever tekent verzet aan en vordert ontheffing van de veroordeling en niet-ontvankelijk verklaring van de werknemer. De werknemer vordert niet-ontvankelijk verklaring van de werkgever in zijn verzet. De rechtbank acht de werkgever ontvankelijk en zichzelf bevoegd nu de absolute competentie van de rechtbank als rechter in eerste aanleg wordt bepaald door de stellingen van de inleidende dagvaarding. Wijziging van de grondslag van eis (de vordering was eerst gebaseerd op onrechtmatige daad, later op art. 7:658 BW) kan niet de aanvankelijk bevoegde rechter zijn bevoegdheid ontnemen. De rechtbank is van oordeel dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden en dat de werkgever hiervoor op grond van art. 7:658 lid 1 BW aansprakelijk is, tenzij de werkgever zijn zorgplicht is nagekomen of de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer (zie HR 10-12-1999, Fransen/Pasteurziekenhuis, RvdW 1999, 199, JOL 1999, 177, NJ 2000, 211, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 24). De werkgever is eveneens aansprakelijk voor het tekortschieten in de zorgplicht door hulppersonen (zie HR 01-07-1993, RvdW 1993, 153, NJ 1993, 687, JAR 1993, 194, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1993, blz. 22). De werkgever dient zodanige mededingen over de toedracht van het ongeval te doen, dat daaruit kan worden afgeleid dat het ongeval niet het gevolg is van onvoldoende maatregelen ter voorkoming daarvan. Door geen mededelingen te doen, heeft de werkgever niet aan zijn stelplicht voldaan. Het beroep op de gegeven instructie gaat niet op omdat de werkgever zich dient te realiseren dat bij alledaagse werkzaamheden de sleur tot verminderde oplettendheid van werknemers kan leiden. Omtrent de eigen schuld van de werknemer heeft de werkgever eveneens te weinig gesteld. De vordering van de werknemer dient derhalve te worden toegewezen en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat. De wettelijke rente, die gevorderd is vanaf 4 augustus 2000, kan ingaan op een tijdstip dat de betreffende schade geacht moet worden te zijn geleden. De wettelijke rente voor schade die is geleden voor 4 augustus 2000 komt voor toewijzing in aanmerking vanaf die datum. De wettelijke rente voor schade die is geleden na 4 augustus 2000 kan per schadepost worden toegewezen vanaf het in de schadestaatprocedure vast te stellen tijdstip. De rechtbank vernietigt het verstekvonnis, verklaart voor recht dat de werkgever aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval en veroordeelt hem tot betaling…

Terug naar overzicht