Redelijkerwijs kenbare vergissing inzake royalty's rechtvaardigt navordering


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een computerservicebureau in de vorm van een eenmanszaak. In 2003 heeft hij royalty's genoten van een in Japan gevestigde onderneming. In zijn aangifte IB heeft belanghebbende in verband hiermee rekening gehouden met een aftrek elders belast. De gegevens van het aangiftebiljet zijn door een niet-fiscaal geschoold medewerker ingebracht in het elektronische systeem van de Belastingdienst. De aangifte is vervolgens uitgeworpen voor controle met als instructie ‘beoordeel inkomsten (box 1) uit het buitenland'. Daarachter is met de hand bijgeschreven ‘282044 uit Japan max 10% v/h bedrag'. Bij de vaststelling van de aanslag is ter zake van de ontvangen royalty's een aftrek elders belast in aanmerking genomen voor het bedrag van de Nederlandse belasting, zoals deze berekend is vóór het verlenen van de vermindering, dat aan de royalty's kan worden toegerekend. Vervolgens is een navorderingsaanslag opgelegd, waarbij de aftrek elders belast werd teruggebracht tot het bedrag van de in Japan volgens het belastingverdrag geheven bronbelasting van 10%. In geschil is of de navorderingsaanslag terecht is opgelegd en meer in het bijzonder of sprake is van een ambtelijk verzuim.

Het hof oordeelt dat uit de aantekening ‘282044 uit Japan max 10% v/h bedrag' slechts kan worden afgeleid dat het de bedoeling van de inspecteur was dat de aftrek zou worden vastgesteld op het bedrag van de Japanse belasting. Er is sprake van een met een schrijf- of tikfout gelijk te stellen vergissing. Belanghebbende moet bij ontvangst van het aanslagbiljet terstond hebben begrepen dat het hier een vergissing betrof.

(Hoger beroep ongegrond.)

Commentaar

Ondanks dat de inspecteur bij…

Verder lezen
Terug naar overzicht