Renteloze lening niet aftrekbaar als gift (2002.38.3210)


X verstrekt in 1997 een renteloze lening aan een algemeen nut beogende instelling als bedoeld in art. 47 Wet IB 1964. X kan de lening pas na twee jaar opeisen. In 1997 brengt X een bedrag van ƒ 46.041 als gift in aftrek, zijnde het verschil tussen de contante en de nominale waarde van de lening, maar de inspecteur laat de aftrek niet toe.

Het Hof oordeelt dat van de aftrekbare giften zijn uitgezonderd giften in de vorm van termijnen van renten van schuldvorderingen voor zover…

Verder lezen