Reparatie van BOF-arrest inzake indirect belang kleiner dan 5% (2016.31.3002)


De redactie van V-N bespreekt het reparatie-wetsvoorstel van de staatssecretaris van Financiën betreffende de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling van art. 35b SW bij een indirect belang kleiner dan 5% (zie Notafax 2016/168).

Aanleiding van deze reparatiewetgeving is het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2016 (zie FBN 2016, nr. 24). De Hoge Raad oordeelde hierin dat de BOF op grond van vermogensetiketteringsregels ook van toepassing is indien de erflater/schenker via de holding geen indirect aanmerkelijk belang heeft in een dochter-BV.

De staatssecretaris van Financiën vindt deze ruime uitleg onwenselijk. Daarom heeft hij op 1 juli 2016 reparatiewetgeving aangekondigd. De wijziging komt erop neer dat indirecte belangen die niet voldoen aan het toerekeningvereiste (5%) van art. 35c lid 5 SW, niet als ondernemingsvermogen voor de BOF worden aangemerkt. Voor zover de waarde van de direct gehouden aandelen ziet op deze belangen, is tevens voor de a.b.-regeling de doorschuifregeling van art. 4.17a Wet IB niet meer van toepassing. Beide wijzigingen zullen in de wet worden opgenomen per 1 januari 2017. Aan de wet wordt terugwerkende kracht gegeven tot en met 1 juli 2016 (datum persbericht).

De redactie van V-N heeft kritiek op de voorgestelde regelgeving. De rechtsvormneutraliteit is een belangrijk uitgangspunt geweest bij de wijziging van de BOF per 1 januari 2010. Of de onderneming nu wordt gedreven in de vorm van een eenmanszaak of een BV, in beide gevallen zou de BOF op dezelfde wijze van toepassing moeten zijn. Als indirecte belangen van minder dan 5% per definitie worden uitgesloten worden van de BOF, terwijl een klein actief belang gehouden door een IB-ondernemer wel tot het ondernemingsvermogen kan worden gerekend, is dat een inbreuk op de beoogde rechtsvormneutraliteit. De reparatiewetgeving leidt volgens de redactie ook tot een ‘overkill’. Niet alleen het beleggingsvermogen, maar ook het ondernemingsvermogen van indirecte belangen van minder dan 5% wordt immers uitgesloten van de BOF.

De redactie is van mening dat het wetsvoorstel te ver gaat. Volgens de redactie zou het beter zijn geweest indien toerekening van activa en passiva van indirecte belangen van minder dan 5% onder bepaalde voorwaarden alsnog kan plaatsvinden. De BOF is bedoeld voor reële bedrijfsopvolgingen en om de continuïteit van ondernemingen te waarborgen. Het per definitie uitsluiten van indirecte kleine belangen van de BOF is in strijd met dit doel. De redactie hoopt dat de wetgever nog met een aanpassing van het wetsvoorstel komt.

Staatssecretaris van Financiën van 1 juli 2016, nr. 2016-0000092955, V-N 2016/35.13 (JB)

Verder lezen
Terug naar overzicht