Samenleven doet geen gemeenschap ontstaan (2012.13.2008)


Een man en vrouw hebben een affectieve relatie gehad en samen gewoond. De vrouw heeft een verklaring voor recht gevorderd dat partijen de gemeenschappelijke goederen dienen te verdelen. De rechtbank en het hof hebben haar vordering afgewezen. Het hof heeft, in cassatie onbestreden, in rov. 4.4. overwogen dat voor toewijzing van de vordering van de vrouw vereist is dat hetzij van rechtswege hetzij op basis van een overeenkomst een gemeenschap in de zin van art. 3: 166 BW met betrekking tot de goederen bestaat…

Verder lezen
Terug naar overzicht