Samenloop toeristenbelasting en forensenbelasting; aanslag toeristenbelasting wordt verminderd


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een camping. Aan haar is een aanslag toeristenbelasting opgelegd. De belasting betrof tevens het verblijf van gebruikers van stacaravans en chalets die deze stacaravan/chalet voor meer dan 90 dagen in een jaar voor zichzelf ter beschikking houden. In geschil is of belanghebbende toeristenbelasting verschuldigd is voor het verblijf van deze personen. Daarbij is van belang of die personen forensenbelasting verschuldigd zijn. Met verschuldigd wordt bedoeld materieelrechtelijke verschuldigdheid en niet ‘betaald’ zoals de heffingsambtenaar meent, aldus de rechtbank. Ook de stelling van de heffingsambtenaar dat deze belastingplichtigen vrijgesteld zijn van forensenbelasting wordt door de rechtbank verworpen. Deze vrijstelling geldt alleen voor toeristen die toeristenbelasting verschuldigd zijn, maar deze toeristen zijn niet de belastingplichtigen bij de toeristenbelasting, dat is belanghebbende. Die toeristen zijn dus niet vrijgesteld van forensenbelasting en op grond van de verordening is er dan wel een vrijstelling van toeristenbelasting. De aanslag wordt verminderd.

(Beroep gegrond.)

Commentaar

Toeristenbelasting is verschuldigd ter zake van het verblijf houden door een niet-ingezetene binnen de gemeente, doorgaans een toerist, terwijl forensenbelasting is verschuldigd ter zake van het houden van verblijf van meer dan 90 dagen door een niet-ingezetene binnen de gemeente. Zie daar de samenloop wat de ‘meer-dan-90-dagen-toerist’ betreft, zoals Rechtbank Zeeland-West-Brabant dit subject treffend noemt: zonder tussenkomst van anticumulatiebepalingen zou diens verblijf zowel zijn onderworpen aan toeristen- als aan forensenbelasting.

Om het fiscale leed (naast ander leed op een camping) te verzachten, voorzien veel gemeenten in dergelijke anticumulatiebepalingen. Verplicht is dit overigens niet: het positief recht…

Verder lezen
Terug naar overzicht