Samenloopvrijstelling art. 24, lid 5, SW 1956 vereist dezelfde wederpartij


Samenvatting

Belanghebbende heeft van zijn vader een perceel grond gekocht, dat zijn vader vijf maanden eerder heeft verworven, maar dat nog niet aan hem is geleverd. De oorspronkelijke eigenaar levert rechtstreeks aan belanghebbende. De koopsom die belanghebbende aan zijn vader verschuldigd is, wordt voor een deel omgezet in een lening en voor een deel kwijtgescholden. Belanghebbende beroept zich op art. 24, lid 5 (oud), SW 1956, de samenloopvrijstelling. Het hof oordeelt dat Rechtbank Breda terecht heeft beslist dat voor toepassing van deze samenloopregeling vereist is dat de verkrijging ter zake waarvan overdrachtsbelasting is afgedragen, een verkrijging is van dezelfde wederpartij als de wederpartij bij de rechtshandeling ten gevolge waarvan schenkingsrecht is verschuldigd. Dat is in casu niet het geval. Rechtbank en hof verwijzen hierbij naar HR 2 juni 1982, nr. 21.108, BNB 1982/323, onder meer bevestigd in HR 14 december 2001, nr. 36.617, NTFR 2001/1742.

(Hoger beroep ongegrond.)

Verder lezen
Terug naar overzicht