Scheidsgerecht Bankbedrijf 22-06-2000, JAR 2000, 179


Bepaalde tijd. VUT. CAO.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 179.

De CAO voor het bankbedrijf bepaalt dat het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd bij het bereiken van een bepaalde leeftijd, waarna een VUT-uitkering ingaat. Deze regeling kwam in de plaats van de vroegere regeling waarbij men bij zekere leeftijd vrijwillig kon deelnemen aan de VUT en houdt verband met het terugbrengen van de pensioenleeftijd van 65 naar 62 jaar, waarbij door de nieuwe regeling de VUT-leeftijd stapsgewijs teruggebracht wordt naar de nieuwe, flexibele pensioenleeftijd van 62 jaar. Werknemers stellen zich op het standpunt dat er geen sprake is van rechtswege eindigen van het dienstverband, maar voorafgaande opzegging is vereist op grond van de woorden "wordt beëindigd". Weliswaar is de grammaticale uitleg van de CAO in beginsel doorslaggevend, maar een en ander moet wel gelezen worden in het licht van de gehele tekst van de CAO (zie HR 17-09-1993, RvdW 1993, 177, JAR 1993, 234, NJ 1994, 173 en HR 24-09-1993, RvdW 1993, 186, NJ 1994, 174, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1993, blz. 49). In de CAO wordt onderscheid gemaakt tussen de werknemers die nog vrijwillig in de VUT kunnen gaan en die waarvan het dienstverband bij een bepaalde VUT-leeftijd "wordt beëindigd" en het scheidsgerecht legt dat laatste dan ook uit als een beëindiging van rechtswege.

Terug naar overzicht