Schending inlichtingenplicht kan in bezwaar niet worden hersteld: omkering bewijslast (I)


Samenvatting

Deze zaak hangt samen met de loonbelastingzaak Hof Arnhem 22 december 2009, nr. 06/00410, NTFR 2010/202. Belanghebbende, middellijk aandeelhoudster van een inmiddels failliete vennootschap die zich bezig hield met de verkoop van mozaïeksteentjes en de verhuur van een pand, heeft een zeer moeizame relatie met de fiscus. Na een zeer moeizaam verlopen boekenonderzoek heeft de inspecteur het standpunt ingenomen dat belanghebbende looninkomsten heeft verzwegen en ten onrechte hypotheekrenteaftrek en buitengewonelastenaftrek heeft geclaimd. Daarom heeft de inspecteur de onderhavige navorderingsaanslagen inkomstenbelasting met boetes aan belanghebbende opgelegd. Het hof stelt voorop dat de inspecteur voor de jaren 1997 en 1998 wel maar voor 1999 niet over een nieuw feit beschikt. Voorts oordeelt het hof dat belanghebbende niet aan haar informatieplicht heeft voldaan. Dit gebrek kan niet meer in de bezwaarfase worden geheeld. Ten overvloede overweegt het hof dat belanghebbende evenmin de vereiste aangifte heeft gedaan. Een en ander brengt mee dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. Volgens het hof heeft de inspecteur, behoudens de zonder enige onderbouwing toegepaste correctie van de buitengewonelastenaftrek, een redelijke schatting gemaakt. Belanghebbende is niet erin geslaagd te voldoen aan de op haar rustende verzwaarde bewijslast. De via naheffing geheven loonbelasting wordt door het hof verrekend met de inkomstenbelasting. De opgelegde boetes worden door het hof in het kader van de straftoemeting gematigd en vanwege overschrijding van de redelijke termijn verder verminderd.

(Hoger beroep gegrond.)

Commentaar

Met betrekking tot de jaren 1997 en 1998 stelt Hof Arnhem vast dat de tijdens het boekenonderzoek aan het licht gekomen feiten gekwalificeerd dienen te worden als een nieuw feit die het opleggen van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting rechtvaardigen.

Verder lezen
Terug naar overzicht